In het Deense gedeelte van de Oostzee zijn enorm veel eilanden. Behalve de allerkleinste zijn ze goed bereikbaar per botter. Voor ons zijn vooral de zuidelijke eilanden van belang:
Prachtig eiland. De moeite waard om rond te fietsen. Er zijn drie havens:
Dit eilandje ligt op een half uurtje varen vanaf Årøsund op de vaste wal, de veerboot vertrekt op lukrake tijden zonder enige waarschuwing. Het eiland zelf is rustig en heeft zelfs een openlucht poolbiljart, ook de brandweerkazerne is een must-see!
Vrij groot eiland, door een smal fjord gescheiden van het vasteland. Naar verluidt zijn er wat kleine fjordjes en baaien die de moeite van het verkennen waard zijn. Enkele belangrijke havens:
Birkholm heeft een kleine haven die in het zomerseizoen vaak vol is, kom je te laat, dan moet je buiten de haven voor anker.
Femø heeft een mooie jachthaven en er zijn meer mensen die dat weten. Ook deze haven is in de zomer vaak vol. De havenmeester kent weinig Engels, maar met het museumbordje aan de mast kun je zelfs bij het bordje 'verboden aan te leggen' blijven liggen.
Fyn is één van de grootste eilanden. Het kost je vier à vijf dagen om er omheen te varen. Bijzonderheden bij zo'n tocht zijn onder andere het fjord bij Fredericia, het fjord bij Svendborg, de Støre Belt-brug, Odense en Korshavn, het kleine haventje aan de noord-westpunt van het eiland.
Vrij groot eiland dat tegen de westkant van Falster? aan ligt.
Ten zuidoosten ligt een groot windmolenpark waar je tussendoor kan zeilen. Er is een officiele geul doorheen, het is even zoeken maar er staan echt bakens langs de geul (en bij de ingang, dus). Op zich is het imposant, de windmolens zijn best groot en het zijn er een stuk of 100, maar als je er niet rap doorheen bent wordt het snel saai. Tip: mocht je toch op de onofficiele route door het park heen gaan (geen idee of het diep genoeg is, raadpleeg je kaart en meetgereedschap), kom dan niet te dicht in de buurt van de 'paddestoel', dat is het transformatorhuisje en regelstation. Daar kan men wel eens nerveus van worden.
Er zijn meerdere havens maar hier is een begin:
De aanlegmogelijkheden op dit eiland zijn beperkt, het is wel goed mogelijk om vlakbij de haven voor anker te gaan en met klein Truitje of opblaas Truitje naar de wal te pendelen. Leuk om even rond te lopen, maar koffie drinken kun je beter aan boord doen.
Het eiland Møn ligt aan de rand van Denemarken, het klif aan de oostelijke punt is een echte aanrader.
Als je ergens verwaaid moet liggen, doe het dan hier. Rondom de haven kun je lekker zwemmen en je kunt gemakkelijk een zeebanket bij elkaar vissen: Mosselen kun je rapen op het uitgestrekte ondiepe deel langs het eiland, garnalen vindt je vooral tussen de waterplanten aan de kademuur. Met het garnalennet vang je vooral krabben en kwallen.
De haven was gesloten in 2006, het sectorlicht deels uitgeschakeld. We moesten uitkijken voor suicidalen zonder ankerlicht.
Inmiddels is de haven weer open, en er is heel veel ruimte. Tientallen ligplaatsen, en ze zijn bijna allemaal vrij. Niet vreemd als je bedenkt dat het havengeld voor een boot van 10-15 meter 50 euro per nacht is.