Afhankelijk van verschillende factoren. Ten eerste natuurlijk windkracht, daarnaast verwachte golfslag, ervaring van de bemanning, evt zeeziekte, staat van de boot, af te leggen afstand en verwachte koers. Ruime winds kan je langer met meer zeil blijven doorvaren omdat de schijnbare wind kleiner is. Als het water bij de zwaardkop naar binnen begint te komen is het in ieder geval tijd om te reven; er kunnen natuurlijk goede redenen zijn om eerder te reven.
Let op: dit is een grove indicatie, het is sterk afhankelijk van bovengenoemde factoren.
Als deze manoeuvre door zeegang te link is kan je met de derdehand het zeil nog verder naar binnen trekken en/of de giek laten zakken en aan de korvijnagel vastzetten.
NB Met een gereefde fok kan je geen buiketouw meer aanleggen, je kan dit oplossen door een gordijn of een landvast als extra schoot te gebruiken.
NB2 Een alternatief is het eerste rif overslaan en gelijk de fok in het geitje binden. Het tweede reefoog met een touwtje aan de ring op de overloop binden met daaraan een schoot om de fok bak te kunnen houden en zwiepen te voorkomen in de overstag. De fok stellen gaat met de fokkeval, hoger hijssen = strakker = aan de wind, laten zakken = losser = ruime koersen. Het schip loopt erg prettig bij harde wind met een enkel gereeft grootzeil en de fok op de overloop.
< Zeiltrim | ^ | Gijpen in harde wind >